Verduurzaming bestaandebouw, Wooncoöperaties

Duurzaamheid in bestaande woningen wordt steeds belangrijker. Voor sociale huurwoningen gaan stijgende energiekosten een steeds groter deel uitmaken van de totale woonlasten.
Daarnaast wordt de lat op het gebied van wooncomfort steeds hoger gelegd. Woningcorporaties kiezen daarom o.a. voor duurzame renovatie van hun bestaande woningvoorraad.
Total-ID begeleidt het gehele traject naar duurzame woningbouw.

Duurzaamheid- en energiebeleid

Een belangrijke stap binnen een verduurzamingstraject is het inzichtelijk hebben van het duurzaamheidsbeleid. Duurzaamheidsbeleid vormt een integraal onderdeel van het strategisch
voorraadbeheer van een woningcorporatie. Dit beleid kan ingezet worden om exploitatie- en gebruikerskosten te beheersen. Daarbij houdt het rekening met alle belangrijke economische
aspecten zoals: kapitaalkosten, huurprijzen, energiekosten (energiebeleid), woningwaarderingsstelsel, restwaarde en exploitatiekosten.

Technische verbeteringen

Corporaties hebben vaak een breed woningbestand met veel oudere woningen met een lage energie- en duurzaamheidsprestatie.
Door duurzame renovatie van de woningen (isolatie, ventilatie, duurzame energie) worden woningen op het gebied van energie en duurzaamheid verbeterd.
Sinds 1 januari 2009 is het verplicht om huurders een energielabel te overhandigen. Het energielabel geeft de energieprestatie van de woning weer in zeven
categorieën, van G (zeer slecht) tot A (zeer goed). De duurzaamheidsprestatie kan eveneens worden vertaald in een GPR-score.

Financiële voordelen

Duurzame verbeteringen in woningen leveren punten op in het woningwaarderingsstelsel. Door de toepassing van bijvoorbeeld warmte-isolatie worden extra punten toegekend
voor de woning en is een huurverhoging gerechtvaardigd. Daarnaast kan voor een aantal duurzame maatregelen subsidie worden aangevraagd en bestaan er fiscale regelingen.
Op deze manier worden de investeringskosten beperkt en middels de huur (gedeeltelijk) worden terugverdiend.

Bewonersgedrag

Met een goed communicatieplan is het mogelijk strubbelingen tijdens de uitvoering van een renovatietraject te voorkomen en met gemak de participatiegrens van 70% te halen.
Renovatie kan voor een zittende huurder voor de nodige ongemakken zorgen. Een huurder die van tevoren goed geïnformeerd is, hulp aangeboden krijgt bij het leegruimen van
de zolder of zijn eigen badkamertegeltjes mag uitzoeken, zal eerder tevreden zijn en zich betrokken voelen bij de renovatie.

Monitoren

Door het monitoren van volgwoningen worden effecten van duurzame maatregelen in kaart gebracht. Zowel energiebesparing als wooncomfort wordt in beeld gebracht en
vergeleken met de doelstellingen. Dit is een hulpmiddel om te beslissen een bepaalde bedrijfsstrategie te volgen of juist aan te passen.

Uitvoering

Tijdens de uitvoeringsfase zal Total-ID tot en met de oplevering betrokken blijven. Door het opstellen van technische programma’s van eisen, het regelen van de aanbesteding en
de bouwbegeleiding ontzorgen wij onze opdrachtgever.

Wat kan Total-ID voor uw corporatie betekenen?

Total-ID onderscheidt zich door een integrale proces aanpak, van beleidsvorming, interne en bewoners communicatie, tot en met oplevering van het project:

*) GPR Gebouw geeft een rapportcijfer voor de modules energie, milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Deze thema’s worden op duurzaamheid getoetst.
Een getal tussen 0 en 10 geeft de score van het getoetste gebied aan. De berekening maakt gebruik van de EPC-methodiek, onderzoek en beschikbare methodieken zoals
levenscyclusanalyse (LCA) en Politiekeurmerk Veilig Wonen. De methodiek wordt vooral bij gemeenten veel gebruikt om de duurzaamheidambitie voor een gebied vast te leggen.
Het programma is toepasbaar voor woningbouw en utiliteit, voor nieuwbouw en renovatie. De GPR-score voor energie wordt bepaald door het berekende (of ingevoerde) primaire
energie­gebruik per vierkante meter gebruiksoppervlak van het gebouw. Een GPR-score van 6 komt overeen met het primair energiegebruik van een gebouw dat voldoet aan de
EPC-eisen uit het Bouwbesluit 2006. De module materialen bestaat uit de onderdelen water, milieuzorg en materialen. De GPR-score bij de submodule materialen is gebaseerd op
de materiaal gebonden milieubelasting gedurende de gehele levensloop van het gebouw. Deze score wordt bepaald volgens de methode van de levenscyclusanalyse (LCA).
De GPR-score wordt bepaald door het product van de hoeveelheid materiaal en de milieubelasting per eenheid materiaal, opgeteld voor alle afzonderlijke gebouwcomponenten.

GPR Gebouw geeft de materiaal gebonden milieubelasting weer middels een LCA-profiel, opgebouwd uit 9 afzonderlijke milieueffecten, en een kengetal, dat wordt berekend door
een gewogen sommatie over de 9 milieueffecten. Dit kengetal wordt de schaduwprijs van een gebouw genoemd (per vierkante meter gebruiksoppervlak per jaar).